Ich hab es nicht gewüsst?
Lieve mensen, ik heb een mededeling van huishoudelijke aard. Dat klinkt als een onbenullig bijzaakje, maar dat is het niet. Het is een beslissing voor mijn leven en daar hebben ook mijn vrienden en familie mee van doen.
Ik las namelijk ‘Dieren eten’, van Jonathan Saffran Foer. En als klap op de vuurpijl het essay ‘T is rot, maar vlees is zo lekker’, afgelopen zaterdag in de Volkskrant. Het volgende stukje gaf de allerlaatste doorslag:
‘Stel dat dit allemaal gebeurde op kleine overzichtelijke schaal. Stel dat mensen in hun achtertuin varkens houden in kleine donkere hokken, op roostervloeren zonder stro. De buren verderop en hun kinderen hebben honger, want hun tuin wordt gebruikt om het varkensvoer te verbouwen, waardoor ze zelf nauwelijks te eten hebben. De varkenspoep wordt uitgestrooid over de hele wijk en vervuilt het water van alle bewoners. De varkenshouders zitten vrolijk te barbecuen en zeggen: ‘Tja, rot joh, maar het is gewoon lekker’.
Ik at al weinig vlees, en als ik vlees at, dan bij voorkeur biologisch. Maar heel streng in de leer was ik niet. Als vrienden iets lekkers hadden gekookt met vlees, vroeg ik niet of het biologisch was. Dat zal ik vanaf nu wel doen. Als het dan van een dier is dat een afgrijselijk leven heeft gehad en een gruwelijke dood, dan eet ik het helaas (dan maar een boterham met) pindakaas niet op.
Ik wil en kan mijn ogen niet meer gesloten houden voor de verschrikkingen in de vleesindustrie. Verschrikkingen die ik al lang ken – net als ieder van mijn familie en vrienden die al lang kent. Hoe kan ik zonder mezelf barbaars te noemen een dier eten in de wetenschap dat het zó veel geleden heeft? Leed door toedoen van een industrie die wereldwijd nog zó veel meer leed berokkent. En schade aan het milieu, want de vleesindustrie is veel schadelijker voor het milieu dan de transportsector, om maar wat te noemen.
Dus bij deze. Ik zweer het plechtig (*tuft tussen haar vingers door*):
“Ik zal nooit meer fabrieksvarken, plofkip, kiloknallerkoe of ander bioindustrieel vlees eten.”
Zo.
Daarbij zal ik, hoe lekker is het ook vind, nog minder vaak vlees eten. Want biologische teelt vergt o.a. meer ruimte dan de industriële vleesfabrikage. Als iedereen elke dag biologisch vlees zou eten, zou dat eveneens grote problemen geven, omdat die ruimte er niet is.
Lieve vrienden en familie, ik hoop tot gauw, aan een heerlijke én eerlijke dis.
(Het betoog ‘De consument laat misstanden in de vleesindustrie voor wat ze zijn. ‘T is rot, maar vlees is zo lekker’ is van Roos Vonk, hoogleraar psychologie en initiatiefnemer van www.duurzaamvlees.nl).
Ps. Check dit. Gaat over reclame voor legbatterijkooien. De slogan? ‘Don’t worry. Make money.’ (Dit verzin ik niet!)




Vandaag verschijnt bij uitgeverij 