Begin deze maand was ik een weekje weg. Ik was naar een oord in Zeeland, je zou het retraite kunnen noemen. Even weg uit mijn omgeving voor een grote schoonmaak. Los van de patronen, mezelf wat bijwerken en de boel op z’n plek leggen.
In die week heb ik niet gegeten, ik heb gevast. Ik, Meike, die zo vreselijk van lekker eten en drinken houdt. Ik heb geleefd op drie keer per dag een klein glaasje sap.
Behalve drie keer per dag sap, dronk ik elke ochtend bitterzout. Ik, Meike die alles lust behalve grapefruit, omdat het bitter is. Heb je het wel eens geproefd, bitterzout? Inderdaad: bitter en zout (en om dat te verbloemen, kun je er wat citroensap door gooien. Bitter, zout en zuur dus). Zó onvoorstelbaar smerig; je tong schiet in een kramp, je slokdarm in de knoop, je onderlip kruipt over je kin, je bovenlip over je neus en je wangen wisselen van plaats. Getver!
Elke ochtend eindigde ik mijn douche met ijskoud water. Ik, Meike die zo’n ontzettende koukleum is en als kind al met geen stok het koude water in te krijgen was.
Ik ben er alleen naartoe gegaan. Ik, Meike die zoveel waarde hecht aan vrienden en geliefden. Ik vind het heerlijk om af en toe een dag of twee alleen te zijn. Maar dit was een week. Oké, het was maar een week, maar toch. Een week in afzondering. En vooral: een week met mezelf.
Afzien, zou je zeggen. Ja, dat was het soms wel even. Maar dat hoort een beetje bij een grote schoonmaak.
Behalve dat er allerlei prachtigs onder de zooi tevoorschijn kwam, blijk ik prima een week zonder eten te kunnen. Ik voelde me zelfs energiek en het heerlijkste is dat alles wat ik sindsdien weer eet, grenst aan het goddelijke. Verder blijkt water na bitterzout zo zoet als limonade, en na een koude plens over je lijf ga je heerlijk gloeien.
En ach, hoe kun je je alleen voelen als er langs het strand plots een zeehondje de kop opsteekt om even gedag te zeggen?!