Je ziet ze vaak in Amsterdam. Groepjes schichtig kijkende Japanners, die stijf van de haast in één week heel Europa ‘doen’. Met de camera als wapen en reisgenoot als schietschijf.
Ik vind het altijd wel een schattig tafereeltje; de één een beetje schutterig poserend, de ander een paar stappen achteruitlopend om met de camera in gestrekte armen gauwgauw een plaatje te schieten. Als bewijs dat ze er écht waren. Rare jongens, die Japanners. Maar de afgelopen week ben ik ze helemaal gaan begrijpen.
In een persreis heb ik in één week Cambodja én Thailand ‘gedaan’. Duizenden indrukken, die passen niet in zeven dagen. Als je niet uitkijkt, loop je over. Dus moet je zorgen voor externe opslagmogelijkheden. De camera dus. Dan ook maar meteen all the way, en poseren zoals het een goed Japanner betaamt.
Hier bij een boeddhabeeld in de ruïnes van een Khmer-tempelcomplex in Thailand, niet ver van de grens met Cambodja, gebouwd omstreeks het jaar 1000 na chr.