Toen ik thuiskwam, bleek ik gehavend. Ik had butsen, blauwe plekken en schrammen op al mijn ledematen. Mijn nek en schouders bleken in de blokkeerstand geschoten, en mijn huid was verschraald.
Op het kasteel in Frankrijk had ik er niets van gemerkt. Daar was ik maar met één ding bezig: schrijven. Onder bevlogen begeleiding van Renate Dorrestein, Thomas Rosenboom, Manon Uphoff, Helga Ruebsamen en uitgeefster Mizzi van der Pluijm ben ik van top tot teen ondergedompeld in het lekkerste wat er bestaat: woorden.
Blijkbaar krijg je daar butsen, blauwe plekken en schrammen van. Toch gek dat ze me niet eerder waren opgevallen. Ik heb er zelf de volgende theorie over bedacht: soms kregen we de woorden zo achter elkaar, dat ze je grepen. Ze je voerden je mee op een magische stroom. Dat is ware toverij. En tovenaars hebben nu eenmaal geen last van aardse zaken als blauwe plekken.
Maar hoe ik nu zo gehavend ben geraakt is me een raadsel. Blijkbaar ging het er aan het einde van die magische stroom nogal stevig aan toe.
Of, over onderdompelen gesproken, het moet de wijn geweest zijn. Dat kan ook. Die was er namelijk in een al even magische stroom.
Ps. Op de site van mijn lieve vriendin en collega-tovenares Suus meer over de week zelf. Over het fileren van verhalen, het stuiteren in bed en het jubelen als de wekker weer ging en we weer mochten. Ik had het met niemand anders zo kunnen beleven als met haar. Ge-wel-dig).
Ps.Ps. Foto’s van de laatste avond. (Niet exemplarisch voor het niveau van de rest van de week!!)