Waaaaaahhh!!! Klonk het over het water. Vip bevroor ter plekke in haar beweging. Oren gespitst, staart recht omhoog. Op haar hoofd verschenen rimpels van concentratie. Het IJ klotste in het donker. Vip keek me vragend aan. ‘Het is de grote stad maar Vippie, kom’.
Waaaaaahhh!!! Dichterbij nu.
Zie je wel! Ik zag het Vip denken. Haar hoofd zwiepte naar de richting waar het geluid vandaan kwam. ‘Grrmpf’ deed ze, omdat het nu eenmaal in haar instinct zit, vervolgens snelde ze met haar staart tussen haar benen vooruit. ‘Kom!’ wenkte ze mij nu. Het is daar niet pluis.
Waaaaaahhh!!! Weer dichterbij.
Vip zette het nu op een rennen. ‘Vip! Hier komen!’, riep ik haar bij me. ‘Jij bent hier de Rottweiler!’ O ja, leek Vip zich te herinneren. Ik ben hier de Rottweiler.
Waaaaaahhh!!!
Het geluid klonk nu bijna in mijn nek. Ik draaide me om. ‘Mufrouw!!’ Het kwam van een junkie op een fiets. Haar haar zat in slierten plat op haar hoofd, rode vlekken rond haar neus, haar mondhoeken iets uitgescheurd. Ze stopte wiebelig. ‘Mufrouw! U moet muh hellupuh! Nee, nee, nee, ik hoef geen geld, echnie!’
Ik had Vip inmiddels aangelijnd. Ze stond stokstijf naast me en keek naar de vrouw alsof ze van Mars kwam.
‘M’n antibiotica. ‘k mot m’n antibiotica!’ zei ze.
‘Het spijt me, ik heb geen antibiotica bij me,’ antwoordde ik alsof ik dat normaal gesproken altijd in mijn kontzak heb zitten.
‘Neejneejneej! Sou u assublief ‘n tellefontje foor muh willuh pleguh? Willu misschien dit nummer effe belluh en fraguh of ie nog voor mij hierheen komt? Ik heet Femke.’ De naam Femke kwam er ineens heel ABN uit.
Ik pakte mijn ‘tellefontje’ en draaide het nummer dat ze me gaf.
‘Hallo’ klonk het afgemeten.
‘Eh, hallo. Femke vraagt of u nog hierheen komt’.
‘Ben ‘r over een kwartier.’ En net als in de film hing hij zonder dag te zeggen op.
‘Hij is er over een kwartier’, zei ik. Femke keek me aan.
‘U weet nie halluf hoe belangrijk… Dank u mufrouw. Dank u heul errug!’ Prompt moest ze huilen.
Vip huilde met haar mee, zachtjes.
Toen ik thuiskwam stak ik een kaarsje voor haar op. Een ‘tellefontje’ en een kaarsje. Wat meer kon ik doen? Wat een armoede.