Trots!!
Ik sla de Esta open, en zie die prachtige foto van Anita. Wat ben ik trots! Trots op haar als mens, en als mijn vriendin. Trots op hoe zij, haar man en kinderen die hele huiveringwekkende periode hebben doorstaan (en nog steeds doorstaan. Want nog om de haverklap prikken ze haar armen lek om te kijken of het allemaal nog wel goed gaat. Dat is slopend!). Ik ben trots op de kracht waarmee ze de angst droeg (en nog draagt), het verdriet, het verlies, de pijn, het ín- en ín ziek-zijn… De chemo’s gingen niet haar te lijf, maar zij de chemo’s.
Bovenal ben ik trots op de ontzagwekkende wijsheid en liefde waarmee ze ernaar kijkt. Anita is zo rijk, dat ze uit een monsterlijke ziekte als deze nog de schoonheid weet te peuren.
De serie die we hierover samen maakten voor de Esta is de meest bijzondere die ik ooit heb geschreven. Ook daar ben ik trots op. De serie zelf, maar vooral het maken ervan is van onbeschrijflijke waarde. Het heeft me geraakt tot in het diepst van mijn wezen. Het heeft me verwarmd.
Nog nooit heb ik zo uitgezien naar Kerst. Omdat we het samen vieren.
PROOST lieve, lieve vriendin, op het LEVEN!!
(De laatste aflevering van de Anita’s dagboek over Hodgkin, de kanker die haar trof, staat nu in de Esta. De hele serie staat ook hier).
Tikkerdetiktik, deed ik (het betrof een vlammend betoog over KPN´s overname van Digitenne waardoor wij inene de zenders 4, 5, en 6 niet meer ontvangen, en alle kastje-muur-kastje-muur van dien. Maar erger: ze dreigen
Ik ben principieel tegen goede voornemens, ze halen de sjeu uit je leven. Maar in de zaak auto’s versus het milieu delft dat principe het onderspit. De toekomst van autorijden ligt niet bij de hybride. Dat is slechts een tussenstation. Uiteindelijk zullen we rijden op water, zon en/of lucht. Alleen duurt dat nog even, dus doen we het in de tussentijd toch maar met die hybride of een ander minder milieuonvriendelijk alternatief. Nou ja, dat neem ik me dus voor.
Vroeger dacht ik ècht dat er een groepje jongens op de stoep had zitten paffen als ik zo’n bergje peuken op straat zag. Dat moest dan wel ’s nachts zijn geweest, want anders had ik het vast al eens zien gebeuren. Ik was niet bang aangelegd, maar dit beeld boezemde me grote angst in. Zo’n groepje tuig dat daar, omsluierd in gifgrijze nevelen, in het donker zat samen te zweren en snode plannen zat te smeden… Brrr…