Hotel Aria in Nice, ’s ochtends half 7.
WIEUWIEUWIEUWIEUWIEUW- WIEUWIEUWIUEWIUEWIUEWIEUW!!!!!!!!!!!!
Alarm. Kéihard brandalarm.
Ik: kater. Héél brute kater.
Vriendin/collega Marijn: idem dito.
Keuze: niet hoeven bewegen maar omkomen in vlammen of in verticale positie zien te geraken en brute kater nog bozer maken.
Ik: ‘Marijn, doe je oordopjes eens uit’.
Marijn: ‘Ja, ik hoor het’.
Ik: ‘Brandalarm’.
Marijn: ‘Ja, laat gaan’.
Toen ik wakker werd wist ik zeker: ik ben niet in de hemel. De hel kan dit ook niet zijn want ik ben een lief meisje. Dus ben ik niet omgekomen in de vlammen, het was loos alarm. Maar verticaal was ik evenmin, ik lag in bed en had niet bewogen. En toch was de kater boos. Bar en boos. Niet eerlijk.
Maar Nice is nice, very nice. Ik was er slechts een dag (en nog één, maar dat was op een achenebbisj bedrijventerrein – voor werk), maar vond het een fris, vrolijk en vriendelijk stadje (toch ook een tikje arrogant, maar dat zijn ‘wij Amsterdammers’ wel gewend;-). En Nice is dus bruisend, zoals dat in de reisbrochure heet. Vandaar die kater.
Ps. Hotel Aria is geen aanrader.
Ps.Ps. Op de foto dus een fris, vrolijk en vriendelijk bandje op een één van de 34.455.667.788.877.999 pleintjes in Nice.