‘Die vreselijke ouders’
Ik was tijdens het hardlopen even aan het rekken en strekken, toen er op het bankje naast me een moeder begon te zuchten. En te steunen. En te klagen. Niet over de ene helft van haar tweeling die ze verloren was aan honger en ziekte, zoals ik laatst een moeder stilletjes zag doen in een reportage over Darfur – de dode, stoffige haartjes van haar kind strelend. Maar over een vlek op de knie van haar zoontje, je weet wel, zo’n lekkere ouderwetse groene modderige veeg. Het jochie had ‘Kijk mam, sliding!’ geroepen, en met een briljante move een vlek op zijn klaarblijkelijk dure broek gegleden. ‘Maar we zijn toch in het park?!’ diende hij zijn moeder verontwaardigd van repliek. Voor hem was het 1+1=2: park+spelen=vlek maar wat maakt het uit. Maar zijn moeder had liever niet dat ie speelde. Zijn moeder voelde blijkbaar meer voor park+bankje= zitten met je handjes op je knietjes en kijken hoe de andere kindjes allengs geoefend raken in hun sliding.
Rare moeder.
Dit weekend in Volkskrant Magazine ‘Die vreselijke ouders’. Ik interviewde er twee leraren en een leidster voor. Ze mochten ongebreideld hun hart luchten. Over de manier waarop sommige drukbezette ouders van de school en de crèche verwachten dat ze hun geliefde en verwende kroost opvoeden. Best een verademing, vond ik zelf, om eens lekker ongenuanceerd slechts één kant van het verhaal te laten horen. De volgende keer is het woord aan de ouders.
(De illustratie is van Claudie de Cleen, die mooi werk maakte bij mijn verhaal).
Reageer