Iedereen rijk en gelukkig

zwitserland.jpgVoor mijn werk was ik de afgelopen dagen in Bern en Lausanne, in Zwitserland. Het land der truttige keurigheid, dacht ik. Braaf en burgerlijk, vol verzuurde oude vrouwtjes enzo. Ouderwets ook, leek me (het moest er nota bene 1971 worden voor ze er ook overtuigd raakten van nut en noodzaak van iets moderns als het vrouwenkiesrecht). En raar. Ik bedoel: jodelen. Do I need to say more? Gastronomisch ging mijn vooroordeel niet verder dan schnitzels, knödeln of andere deegballen en draadjeskaas (kaasfondue).

Maar vooral dat aangeharkte vond ik angstaanjagend.

Wat een verassing! Wat is Zwitserland leuk! En mooi! Ja, Zwitserland is aangeharkt. Maar die Zwitsers hebben zich gelijk zó gründlich bekwaamd in dat aanharken, dat het daardoor ook heel schoon is allemaal. En vooral vriendelijk en lieflijk.

Criminaliteit? Eenmaal daar zou je haast vergeten wat dat ook al weer was. Het is er wel; zo wist een politieagent me te vertellen dat een levendige heroïnehandel voor een hoop ellende zorgt in Bern. Maar ook die problemen zijn keurig aangeharkt. Zoals ze dat met alle problemen lijken te doen.

Want problemen zullen er ongetwijfeld zijn. Niet voor niets komen mensen uit het hele land naar Bern om daar van de Kirchenfeldbrücke af te springen (die is zo lekker hoog, succes verzekerd). Gemiddeld zeilt er één per week brug af, de dood tegemoet – maar natuurlijk wordt ook dat keurig aangeharkt, je ziet er niets van.

Het is er de idylle compleet: kalm kabbelende rivieren, surrealistische decors van bepoedersuikerde bergtoppen en vriendelijk groetende mensen. Middeleeuwse binnenstadjes, volle terrassen en weelderige bloempartijen. En dat van die schnitzels, deegballen en draadjeskaas, dat is al lang niet meer. Ten minste: niet alleen. Zelden zo lekker (en overvloedig) gegeten en gedronken.

Even weg van Wilders? Even wat behoefte aan een illusie dat iedereen rijk en gelukkig is? Ga naar Zwitserland!

Meike 31/03/2008 om 17:03
Rubriek: Algemeen - Permalink

Ik was even weg

vakantie2.jpgIk was plezier maken in Thailand, samen met vriendin Britt. We waren in Sangkhlaburi, een prachtig merengebied op de grens van Birma (dat was wel een gek idee. Weten dat daar véél ellende is waar je dus geen weet van hebt. Omdat we niet schuldvrij vakantie konden vieren zonder iets meer de weten van de situatie daar, hebben we geprobeerd ons er wat meer in te verdiepen. Dat viel niet mee. Maar dat is dan ook een doel van het Birmese regime). Daarna was het tijd voor niks doen. Het perfecte eiland daarvoor is Ko Payam (nee, niet Koh Phangan). Een piepklein eilandje, ook weer voor de Birmese kust.

Alles was goed. Maar dan ook álles. En gelukkig was dat alles niets meer dan lieve Britt, heerlijk eten, lekker lezen, en een prachtig land vol vriendelijke mensen. Geen deadlines, geen telefoon. Geen e-mail, geen vragen, geen verwachtingen. Geen auto’s, geen lawaai, geen disco’s, geen fluitjes en maar een paar uur stroom per dag. Wat mij behalve mijn boek zoal bezighield was: welke factor ik moest smeren en waar we welk lekkers zouden eten. Punt.

(En o ja: slangen. Ehm… lalala! Die waren ook. Af en toe. Nou ja, best vaak. En uhm. Tja. Lalala! Laat dat nou nèt mijn aller-, aller-, állerdiepste angst betreffen, en die van Britt ook. Spinnen, hagedissen, kakkerlakken, varanen, tijgers desnoods, kom maar door, we lusten ze rauw. Daar waren we niet bang voor. Maar slangen? Ik krijg het woord nauwelijks uit mijn toetsenbord. Op Ko Payam zitten er veel. We zagen twee keer een cobra en een paradijsslang. Maar pythons zitten er ook, bij de vleet. Ze slingeren zomaar in die bomen daar. Dat was wel even wennen, zeg maar. Vooral als je in het pikkepikkedonker door de bush moet – en het licht ging er om half elf compleet uit, dus dat gebeurde nogal eens. Het gaf de nodige thrill aan de vakantie. Ofzoiets. Ahum. Tomtiedom… Dusss).

Meike 22/03/2008 om 16:33
Rubriek: Algemeen - Permalink