Lief lieveheersbeestje
Vanuit het niets landt voor mijn neus een lieveheersbeestje. Zomaar ineens, als een cadeautje.
Onweerstaanbaar.
Hij heet ook wel hemelbeestje, lees ik. En boterbeestje, hemelskoetje, kezenmolletje, jezusjesbeestje (beestje van je zusje, of van Jezusje?).
Zonnekever, gelukskever. Koffiekuikentje, liefvrouwebeestje, lieveheerhennetje, lieveheerspaardje, lievehereminnetje, lievelammetje of poppennonnetje.
Sjmautwurmke, pimpernelletje, onzelievevrouwpulletje, moedergodssterretje, lieveherebolletje, draaihennetje, goudbeestje, hemellammetje en oliebeestje.
Kukeluusjen, kukelesaantje, herenhoentien, armmarmottie. Piempampoentje, piepauwtje, piepebontje, pimpajoentje, pimpaljoentje, pimpompulletje.…
Is deze lange, lieve en oké, mierzoete lijst namen voor één beestje niet een heimelijke getuigenis van de heus-zo-slecht-nog-niet-heid van de mens? Zulke namen verzin je toch alleen als je in staat bent tot liefde?
Zoals ie hier nu voor me zit, met zijn stipjes. Misschien een beetje bang, maar hij is lekker toch rood dus kijk maar uit. Hij jat je hart waar je bij staat.
Eind deze maand verhuis ik naar een nieuw appartement. Een héél fijn appartement.
Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan? Een rookverbod is namelijk heus niet zomaar een rookverbod. Een rookverbod heeft in Amsterdam in elk geval onmiddellijk een hele kettingbotsing aan clowneske regels tot gevolg. Die nog per stadsdeel verschillen ook. In Het Parool lees ik iets verbijsterends.