Lief lieveheersbeestje

lieveheersbeestje.jpgVanuit het niets landt voor mijn neus een lieveheersbeestje. Zomaar ineens, als een cadeautje.

Onweerstaanbaar.

Hij heet ook wel hemelbeestje, lees ik. En boterbeestje, hemelskoetje, kezenmolletje, jezusjesbeestje (beestje van je zusje, of van Jezusje?).

Zonnekever, gelukskever. Koffiekuikentje, liefvrouwebeestje, lieveheerhennetje, lieveheerspaardje, lievehereminnetje, lievelammetje of poppennonnetje.

Sjmautwurmke, pimpernelletje, onzelievevrouwpulletje, moedergodssterretje, lieveherebolletje, draaihennetje, goudbeestje, hemellammetje en oliebeestje.

Kukeluusjen, kukelesaantje, herenhoentien, armmarmottie. Piempampoentje, piepauwtje, piepebontje, pimpajoentje, pimpaljoentje, pimpompulletje.…

Is deze lange, lieve en oké, mierzoete lijst namen voor één beestje niet een heimelijke getuigenis van de heus-zo-slecht-nog-niet-heid van de mens? Zulke namen verzin je toch alleen als je in staat bent tot liefde?

Zoals ie hier nu voor me zit, met zijn stipjes. Misschien een beetje bang, maar hij is lekker toch rood dus kijk maar uit. Hij jat je hart waar je bij staat.

Meike 28/07/2008 om 19:54
Rubriek: Algemeen - Permalink

Spachtelpoets

spachtelpoets.jpgEind deze maand verhuis ik naar een nieuw appartement. Een héél fijn appartement.

En ik heb gelijk al een cadeautje van mijn nieuwe huis gekregen. Namelijk een nieuw woord: spachtelpoets.

Dus: SPACHTELPOETS!

Ook wel spachtelputz, weet ik inmiddels (spachtel is plamuurmes in het Duits, vandaar. Hoewel ze dat spul erop spuiten, hoorde ik later. Ik heb hier een heel heftig, brandweerman-achtig plaatje bij. Maar wat moet een brandweerman met een plamuurmes? Het moet niet gekker worden). De eerste keer dat het woord ’spachtelpoets’ me ter ore kwam, wist ik niet wat ik hoorde. De gene die het uitsprak zei het achteloos, tussen neus en lippen door. Maar wat een pracht van een woord!

Het is alleen niet heel wenselijk om op je muren te hebben. Het is namelijk niet mooi en het voelt niet fijn aan. De stukadoor gaat dat vrijdag oplossen, maar dat doet er verder niet toe.

Wat er wel toe doet is dat woord. Een heel raar woord dat iedereen schijnt te kennen en normaal schijnt te vinden. ‘Oh, spachtelpoets, ken je dat niet?!’, is nu al zeker vier keer de reactie als ik vertel dat er – prrroest, haha, grrrinnik – spachtelpoets op de muren zit. Maar nu ik het eenmaal ken, kan ik er geen genoeg van krijgen, van dat woord. Ik vertel dus aan iedereen die het maar horen wil dat dat op mijn aanstaande muren zit.

Voor mij zijn dat cadeautjes, dat soort nieuwe woorden. Het is als een timmerman die een mooi nieuw stuk gereedschap heeft. Die wil dat dan ook liefst de hele tijd gebruiken.

Spachtelpoets! Spachtelpoet! Spachtelpoets! Spachtelpoets! Spachtelpoets! Spachtelpoets!

(Als je het vaak genoeg achter elkaar uitspreekt, merk je dat het eenzelfde soort sfeer heeft (ja, woorden hebben ook sfeer) als Priklopil. Die overigens ook niet wenselijk is op je muren).

Meike 16/07/2008 om 16:43
Rubriek: Algemeen - Permalink

Kwijtje spelen

Zondagmiddag, de Albert Heijn achter het paleis op de Dam. Een jongetje van een jaar of zes – woest haar en dito sproeten – zit in kleermakerszit op de grond bij de snoepafdeling. Hij gaat volledig op in een zakje fluoriserende zoetigheid. Tot zover niets aan de hand.

Alleen: het kind zit daar in zijn uppie. Geen vader, moeder, ouder, verzorger of what so ever te bekennen. Dat is een gek gezicht, in de Albert Heijn met zo ongeveer het hoogste gespuisgehalte van Nederland. Ik besluit me dan ook maar even te verdiepen in de chemi die kindersnoep heet. Tong tattoos, salmiakknotsen, zure matten en aardbeiveters. Ondertussen speur ik het pad af naar een paar bezorgde ouderogen. Nergens te bekennen. Regenboogmatten, feestjojo’s, fopspenen, ik heb het wel gezien. Waar is de vader of moeder?

- ‘Kwijt’, zegt ie.

Dacht ik het niet. Arm kind. Geen wonder dat ie zijn heil zoekt in fluoricerend zoet.

- ‘Zal ik je helpen zoeken?’

- ‘Neuh…’.

- ‘Neuh?’.

- ‘… …’ (diepgaand lol lollie-onderzoek)

- ‘Met wie ben je hier gekomen dan?’

- ‘Mama’

- ‘Maar waar is mama dan?’

- ‘Kwijt’

- ‘Maar denk je niet dat ze ongerust is dan?’

- ‘Neuh…’

Op dat moment piept het hoofd van zijn moeder om de hoek. Hetzelfde woeste haar en dito sproeten.

- ‘Ja sorry. Niks aan de hand hoor. Hij speelt graag kwijtje. Dan sta ik om het hoekje, en doet hij net of ie kwijt is. Dat vindt ie een spannend gevoel, denk ik’.

Als ik even later naar huis loop, knalt er een dronken toerist nogal onzacht tegen me op. Ik val bijna om. ‘Fuck you bitch’, is zijn antwoord. Vervolgens zie ik hoe een levend standbeeld van haar sokkel wordt getrokken door een stel jolige pukkelpubers en ontdek ik eenmaal thuis dat ik dat ik morgen een stuk moet inleveren dat ik even over het hoofd had gezien. En waar ik dus nog aan moet beginnen.

Kwijtje spelen. Nu weet ik het: grote mensen noemen dat gewoon vakantie.

Meike 14/07/2008 om 09:02
Rubriek: Algemeen - Permalink

Rook(gordijn)regels

manet_smoker.jpgWaarom makkelijk doen als het moeilijk kan? Een rookverbod is namelijk heus niet zomaar een rookverbod. Een rookverbod heeft in Amsterdam in elk geval onmiddellijk een hele kettingbotsing aan clowneske regels tot gevolg. Die nog per stadsdeel verschillen ook. In Het Parool lees ik iets verbijsterends.

Een combinatie van het terrassenbeleid, horecabeleid, welstandsbeleid en de Drank en Warenwet in Amsterdam zorgt er o.a. voor dat:

- De Amsterdamse horecaondernemers ervoor moeten zorgen dat hun gasten eerst gaan zitten als ze op het terras een sigaretje willen opsteken. Als er geen stoelen meer vrij zijn, hebben de rokers pech. Staand roken op het terras is namelijk verboden.

- Gelukkig mag er bij cafés zonder terras toch buiten gerookt worden. Dan mag je dus wel weer staan met je sigaretje. Maar owee als je daarbij een glas in de hand hebt. Want staand roken en drinken tegelijk, dat mag niet. Als de kroegganger dat toch doet, moet de kastelein hem zijn glas of peuk afpakken, één van de twee. Want hij is verantwoordelijk.

- In de Jordaan mogen asbakken alleen op tafel staan. Dus niet even onder het tafeltje, als je je broodje krijgt geserveerd en je daar peukvrij van wilt genieten. De asbak vasthouden mag ook niet en de verordening over gevelreclame in de Jordaan bepaalt dat er ook geen asbakje aan de gevel gemonteerd mag worden.

Het meest verbijsterende hiervan vind ik het idee dat er dus iemand is die dit bedenkt. Een zweterig mannetje, zo stel ik me voor. Als kind was hij eenzaam. Hij verzamelde postzegels en knaagdierskeletjes. De woorden ‘met de hakken over de sloot’ kleven aan ieder aspect van zijn leven. Een mannetje in een mannen-kopen-bij-HIJ-pak van zestien jaar geleden met vettige boorden en glimplekken. Een mannetje met korte tandjes en veel tandvlees. Met sliertig haar van hélemaal links naar hélemaal rechts gekamd ter overlapping van de kaalheid. Hij heeft kleine handen – klam, roze en weinig gebruikt, dat zie je zo -, die plekken achterlaten op de plastik aktetas van de Aldi die hij vier jaar geleden van zijn gebroekrokte vrouw voor Sinterklaas kreeg. Zijn ogen zijn onbestemd van kleur, schichtig, waterig en flets. Een mannetje met een weekdierachtige ruggengraat en pinda-achtige kloten. Een mannetje die van mijn belastinggeld betaald wordt om achter zijn Dell dit soort regels in te tikken.

Zovan: “Gelet op artikel 11a, vierde en vijfde lid, van de Tabakswet; is het consumeren van tabakhoudend rookwaar op de terrassen van horeca-inrichtingen uitsluitend toegestaan voor mensen die zich in zittende houding begeven op een daartoe bestemde zetel behorende bij de betreffende horeca-inrichting.
In dit besluit wordt verstaan onder horeca-inrichtingen: inrichtingen die worden geëxploiteerd door ondernemers of ondernemingen die inschrijfplichtig zijn bij het Bedrijfschap Horeca en Catering”.

Afbeelding: The Smoker or The Drinker van Édouard Manet.

Meike 04/07/2008 om 11:59
Rubriek: Algemeen - Permalink