Kan ook door merg en been heen

Gisteren ging ik met een stel vriendinnen naar de film. Niet zomaar een film, nee we gingen naar Kan door huid heen. Dat was bijzonder, omdat de hoofdrol in de film door een van die vriendinnen vertolkt is. Door Rifka Lodeizen.
De film raakte me. Los van Rifka’s prachtige spel, raakte het een thema dat me eigenlijk pas sinds kort écht opvalt: menselijk verval. En dan bedoel ik niet uiterlijk verval als rimpels, uitdijende dijen of heupen in de put. Nee, ik bedoel een neergaande lijn in een leven waar hij nog stijgende had moeten zijn. Een lijn die onverwachts keldert tot een zeker dieptepunt en vervolgens niet meer omhoog gaat, maar op die diepte rechtdoor blijft gaan of zelfs nog verder afzakt.
Tot voor kort ging ik ervan uit dat het in je leven over het algemeen steeds een beetje beter gaat. Ik was gezegend met dat rotsvaste vertrouwen je doorgaans iets fundamenteels opbouwt. Iets dat je in de loop der jaren uitbreidt, verfijnt en je nog meer eigen maakt. Een huis, een carrière en een gezin, ik noem maar wat.
Naïef misschien. Ik stond er gewoon nooit bij stil dat de boel maar zo uit je vingers kan glippen. Ik realiseerde me niet dat het ogenblik waarop je plotsklaps met lege handen staat en je compleet opnieuw kunt beginnen voortdurend op de loer ligt. Dat dat helemaal niet zo ver weg is als het soms lijkt. De schellen vielen van mijn ogen toen mij onlangs iets dergelijks overkwam. Ik was verbijsterd.
Maar dan nog. Dan nog is er dat hele diepe vertrouwen, het gevoel dat het wel weer goed komt met mij. Dat is niet weg geweest, nooit helemáál. Soms was het ver te zoeken, of zelfs niet te vinden. Maar dan vertrouwde ik erop dat het zich had verstopt, ergens onder die grijze deken, en dat het op een gegeven moment vanzelf wel weer tevoorschijn zou komen. En zo geschiedde, gelukkig. Twee stappen voorwaarts, één stap terug. Zoiets.
Des te schokkender vind ik het verval dat voort duurt. Als je er eenmaal op let, zijn ze niet eens zo zeldzaam, verhalen van mensen die een knoertharde klap nooit meer helemaal te boven komen. Niet omdat ze dom, stom, gek of gemeen zijn. Maar gewoon, door pech, een vergissing of een min of meer toevallige samenloop van omstandigheden. Door de grilligheid van het leven zelf.
Iedereen heeft drama in z’n leven. Dat hoort zo en is niet (heel) erg. Maar het wordt wèl erg als dat drama je leven overneemt. En je leven dus een drama wordt.
Dat is waar Rifka’s film over gaat. Kan door huid heen, gaat dat zien.
Soms verbaas ik me zo over de dingen. Zoals het medicijn waarvoor ik gister een commercial zag op tv. Tegen vastzittende hoest:
“Hij bonkt en kiept, maar dat doet er niet toe. Hij kraakt en piept, maar dat geeft niet. Remmen is er nauwelijks bij, maar ach, rijden eigenlijk ook niet echt, dus waar zeur je over? Hij grossiert in CO2, maar hé… De Lada Niva is lief.
Voor een stuk dat ik aan het schrijven was, zocht ik even op wat ook alweer de zeven hoofdzonden zijn.
Vanuit het niets landt voor mijn neus een lieveheersbeestje. Zomaar ineens, als een cadeautje.